Verordening toeristenbelastingen 2007
Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | Gemeente Bernheze |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2007 |
| Citeertitel | Verordening toeristenbelastingen 2007 |
| Versie | 1 |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | financiën en economie |
| Eigen onderwerp | Verordening heffing invordering toeristenbelasting 2007 |
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
- Gemeentewet, art. 224
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding | 01-01-2007 |
|---|---|
| Terugwerkende kracht t/m | n.v.t. |
| Datum uitwerkingtreding | n.v.t. |
| Betreft | nieuwe regeling |
| Datum ondertekening | 21-12-2006 |
| Bron bekendmaking | De Bernhezer, 29-12-2006 |
| Kenmerk voorstel | 2007/54 |
| Versie | 1 |
Tekst van de regeling
Geconsolideerde tekst van de regeling
De raad van de gemeente Bernheze;
gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 14 november 2006;
gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;
besluit:
vast te stellen de volgende verordening:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve en/of educatieve doeleinden;
b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie, andere recreatieve en/of educatieve doeleinden;
c. niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie, andere recreatieve en/of educatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;
d. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;
e. in georganiseerd verband verblijf houden: verblijf onder leiding van een of meer meerderjarige begeleiders.
Artikel 2. Belastbaar feit
Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam "toeristenbelasting" een directe belasting geheven.
Artikel 3. Belastingplicht
-
Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen.
-
De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.
-
Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt.
Artikel 4. Kwijtschelding
Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 5. Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
1. door degene, die:
a. als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft;
b. verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd;
2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig verblijft in Nederland in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gele genheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
3. voor groepen van meer dan 10 personen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar, die in georganiseerd verband, als bedoeld in artikel 1 lid e, verblijf houden.
Artikel 6. Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.
Artikel 7. Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
-
Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
a. vakantieonderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het
aantal slaapplaatsen;
b. mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen
bepaald op:
2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt;
3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt;
c. mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op de som van
het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van maximaal drie personen,
vermenigvuldigd met twee en het aantal kampeeronderkomens bestemd voor ver
blijf van meer dan drie personen, vermenigvuldigd met drie.
-
Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt:
a. ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens, niet-beroepsmatig
verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van:
ten hoogste drie maanden bepaald op 20;
meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 40;
meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 60;
meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 80;
b. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste
standplaatsen bepaald op 365.
-
Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid, letter c. wordt
vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden.
Artikel 8. Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing
In afwijking van het bepaalde in artikel 7 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 7 berekende aantal.
Artikel 9. Belastingtarief
Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 0,91.
Artikel 10. Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 11. Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 12. Aanslaggrens
Belastingaanslagen van minder dan € 9,08 worden niet opgelegd.
Artikel 13. Termijnen van betaling
-
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
-
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.
-
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 14. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Artikel 15. Aanmeldingsplicht
De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.
Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel
-
De "Verordening toeristenbelasting 2002 " van 27 september 2001, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
-
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007.
-
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2007.
-
Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening toeristenbelasting 2007".
Sluiting
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van 21 december 2006.
DE RAAD VOORNOEMD,
de griffier, de voorzitter,
J.H.M. van den Oever A.A.M.M. Heijmans