Mantelzorgwoning

55-Plussers hebben de mogelijkheid zonder vergunning een mantelzorgwoning te bouwen of een bestaand bijgebouw om te bouwen tot mantelzorgwoning.

55-Plus

55-Plussers zonder een mantelzorgindicatie een mantelzorgwoning bouwen. Bewoners jonger dan 55 jaar kunnen ook een mantelzorgwoning bouwen, maar dan moet er wel een behoefte aan mantelzorg aangetoond worden door een verklaring van de huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur.

Huisvesting en mantelzorg

Bij huisvesting door mantelzorg gaat het om de huisvesting in of bij een woning van maximaal één huishouden van maximaal 2 personen, waarvan minstens één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. Een mantelzorgbehoevende hoeft niet per sé een van je (schoon-)ouders te zijn. Ook andere zorgbehoevenden, zoals kinderen of andere familieleden, komen in aanmerking. Iemand die mantelzorg nodig heeft, kan achter de woning van zijn mantelverzorger gaan wonen. Andersom is ook mogelijk.

Gezin van maximaal 2 personen

De regeling is speciaal bedoeld voor oudere mensen waarbij vaak sprake is van een ouder echtpaar zonder kinderen. Ook de invloed van een tijdelijk bouwwerk op een erf is hiermee klein gebleven. Op een oppervlakte van maximaal 100m2 is het niet wenselijk een groter gezin te huisvesten.

Regels voor vergunningsvrij een mantelzorgwoning bouwen

De mantelzorgwoning is een zogenaamd 'bijbehorend bouwwerk'. De regels voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk zijn van toepassing op deze woning. Voor woningen in het buitengebied gelden andere regels dan voor woningen in de bebouwde kom.

Vergunningsvrij bouwen kan onder de volgende voorwaarden:

  • Er mag alleen gebouwd worden op het achtererfgebied bij een bestaande woning.
  • Als het gebouw op niet meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw staat (de woning van de verzorgers dus), mag het niet hoger zijn dan het oorspronkelijke hoofdgebouw en niet hoger zijn dan 5 meter.
  • Als het gebouw op meer dan 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw staat, mag het niet hoger zijn dan 3 meter, zijn voorzien van een schuin dak, mag de dakvoet niet hoger zijn dan 3 meter, wordt de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55 graden.
  • De mantelzorg moet dichtbij geboden worden, uit het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, dus waar de hulpverlener zelf woont en de hulpvrager ook gaat wonen.

Daarnaast gelden er maximale oppervlaktes voor het bouwen van een bijgebouw binnen de bebouwde kom. Het is aan te raden bij de gemeente goed naar de voorwaarden voor vergunningsvrij bouwen te informeren. Je kunt ook zelf een vergunningscheck uitvoeren op www.omgevingsloket.nl. Daar kun je invullen wat je van plan bent en daaruit volgt of wat je wilt doen vergunningsvrij is of niet. Mocht je daar niet uitkomen, dan kun je altijd naar de gemeente om de vraag voor te leggen aan de deskundigen.

Buitengebied

Voor mantelzorgwoningen in het buitengebied geldt een positieve uitzondering op de maximale oppervlakte. Een mobiele mantelzorgwoning van max. 100 m2 mag worden geplaatst boven op de maximale toegestane m2 bijgebouwen van het bestemmingsplan (art. 7, lid 2 van de Bor).

Algemeen: een mantelzorgwoning mag in het buitengebied gerealiseerd worden als het gaat om een bijbehorend bouwwerk dat geheel of in delen kan worden verplaatst (woonunit, woonwagen of andersoortig verplaatsbaar gebouw), de oppervlakte van het bouwwerk niet meer bedraagt dan 100 m2 op een perceel buiten de bebouwde kom.

Belastingtechnische consequenties

Als er personen gaan wonen in een aanvullende wooneenheid (de mantelzorgwoning) wordt hun inkomen niet opgeteld bij het inkomen van de bewoner van het hoofdgebouw. De persoon in de mantelzorgwoning maakt namelijk geen deel uit van het huishouden van de hoofdbewoner. Bij specifieke gevallen kunnen mensen het beste contact opnemen met de Belastingdienst.

Wanneer moet de mantelzorgwoning worden afgebroken?

Als de mantelzorg eindigt

Als de mantelzorg is beëindigd, zal het bouwwerk weer ondergeschikt gemaakt moeten worden aan het hoofdgebouw. Dat wil zeggen dat eventuele aanwezige voorzieningen die voor bewoning zijn aangebracht, moeten worden verwijderd. En wanneer sprake is van een tijdelijke unit, zal deze weer verwijderd moeten worden. Doordat de mantelzorgwoning nu ook gebouwd en bewoond mag worden door 55+ers (die misschien nog geen zorg nodig hebben), is de investering veel rendabeler dan wanneer bewoning uitsluitend geldt voor zorgbehoevenden.

Als er toch geen mantelzorg gaat plaatsvinden in het bijgebouw, bijvoorbeeld wanneer de potentiële zorgbehoevende is komen te overlijden voordat de zorg heeft kunnen plaatsvinden

De mantelzorgwoning wordt specifiek gebouwd of geplaatst voor tijdelijke zorg, onafhankelijk van de duur van de zorg. Wanneer geen sprake meer is van zorg zal deze ook weer verwijderd, of aangepast moeten worden. De regeling is nu alleen wel flexibeler geworden ten opzichte van de wet. Bijvoorbeeld: als nu zorg wordt verleend aan vader die samen met zijn vrouw in een zorgwoning woont. Als moeder 55+ is, mag zij blijven wonen in de tijdelijke zorgwoning tot ook zij is komen te overlijden.

Als de woning verkocht wordt en bijvoorbeeld een gezin in de hoofdwoning komt te wonen

Ook in dat geval is geen sprake meer van zorg of zorg op termijn. Wanneer een woning verkocht wordt en de mantelzorgwoning wordt ook verkocht, zal deze afgebroken moeten worden. Als de kopers de mantelzorgwoning ook zo willen gebruiken kan deze uiteraard blijven staan.